Herstelrecht en slachtofferbewust werken

Voor een eventuele zitting, tijdens het toezicht en na detentie

Wanneer een delict slachtoffers maakt of nabestaanden achterlaat, dan is dat een ingrijpende gebeurtenis. Onderzoek en ervaringen met herstelbemiddeling wijzen uit dat contact met daders positief kan bijdragen aan het verwerken van deze gebeurtenis en het welbevinden van slachtoffers en nabestaanden. Ook daders kunnen behoefte hebben aan contact. Bijvoorbeeld om spijt te betuigen of om schuld te bekennen. Het bewustzijn van het veroorzaakte leed kan recidive voorkomen. Slachtofferbewust werken en herstelrecht kan in principe in elke zaak worden ingezet, op een aantal momenten in het strafrechtproces.

Een voorbeeld van herstelrecht is het HALT traject. Dit is voor minderjarige daders, die in bepaalde gevallen (first offenders, lichte vergrijpen) hiermee een strafblad voorkomen en daarmee ook het stigma van crimineel, wat de kans op een delictvrij leven vergroot. Onderdeel van het HALT traject zijn o.a. vergoeding van de veroorzaakte schade en het aanbieden van excuses aan het slachtoffer. Minderjarigen kunnen door de politie worden doorverwezen naar de Voogdijraad, die de regie voert over HALT.

Voor een eventuele zitting

Hoewel de reclassering werkt met verdachten en daders, wordt daarbij ook rekening gehouden met slachtoffers en nabestaanden. Dit doen wij door o.a. in de adviezen, voordat iemand veroordeeld is, de belangen van slachtoffers in het advies mee te nemen en indien nodig te vertalen in maatregelen, waarover de officier van justitie of rechter kan beslissen. Zo kunnen wij dan bijvoorbeeld adviseren om toezicht op te leggen in combinatie met een contact- of gebiedsverbod. Tijdens het toezicht controleren we dan of de cliënt zich daaraan houdt.

Het kan ook zo zijn dat betrokkenen behoefte hebben om het aangedane leed te (laten) herstellen. SRCN werkt momenteel aan de inrichting van een mediation traject in het strafrecht. Voorwaarde is hierbij dat de verdachte of dader zijn of haar verantwoordelijkheid erkent en dat alle betrokkenen, dus zowel slachtoffer als dader, bereid zijn om mee te werken.
De reclassering gaat na of contact tussen dader en slachtoffer wenselijk en mogelijk is. Als dat het geval is, kunnen we in de toekomst verwijzen naar professionele mediators die dit proces begeleiden.

Tijdens het toezicht

Als daders zich realiseren wat ze hebben aangericht bij slachtoffers of nabestaanden kan dat de kans op herhaling van delictgedrag verminderen. Daarom komen de gevolgen van het delict voor slachtoffer(s) of nabestaanden regelmatig aan bod in de gesprekken. Indien er tijdens de toezichtperiode een medationtraject loopt, dan is het verloop daarvan ook onderwerp van de gesprekken.

Na detentie

Het moment dat daders van ernstige delicten vrij komen uit de gevangenis, kan in de samenleving voor onrust zorgen, en in het bijzonder slachtoffers en nabestaanden een lastige en onzekere tijd bezorgen. Daarom is het belangrijk dat voordat de dader vrij komt, wordt onderzocht of er behoefte is aan extra informatie, begeleiding en mogelijk een herstelgesprek tussen dader en slachtoffers of nabestaanden. Het doel is om angst of het gevoel van onveiligheid omtrent de terugkeer van de dader te verminderen. Het is aan de justitiële instelling om dit tijdig op te starten en de partijen die hier in kunnen ondersteunen te betrekken. Denk hierbij aan de Openbare Lichamen, het Openbaar Ministerie, Slachtofferhulp en de Reclassering. De Reclassering kan ondersteunen in het vooronderzoek of herstelrecht ingezet kan worden om de relatie tussen dader en slachtoffers of nabestaanden te herstellen. De Reclassering kijkt hierbij naar de risico-en beschermende factoren in de persoonlijke omstandigheden van de dader, en zijn of haar motivatie om bij te dragen aan het herstel.